Nederland zet belangrijke stappen op het gebied van klimaatactie en trekt in 2025 minstens 1,8 miljard euro uit voor klimaat steun aan lage inkomenslanden . Ondertussen gaan er nog steeds tientallen miljarden euro’s aan belastingvoordelen en steun naar de fossiele industrie. Dat is meer dan het volledige budget voor klimaatbeleid; een pijnlijk voorbeeld van incoherent beleid.
Wat zijn fossiele subsidies?
Fossiele subsidies zijn financiële voordelen die het gebruik of de productie van olie, gas en kolen goedkoper maken. Dat kunnen belastingkortingen zijn, vrijstellingen of lage energiebelastingen voor bepaalde sectoren. Volgens de Rijksoverheid bestaan er geen subsidies meer voor burgers of bedrijven voor fossiele brandstoffen. Er worden dus geen subsidiepotjes of rechtstreekse financiële bijdragen gegeven aan olie-, gas- of kolenbedrijven.
Dat neemt niet weg dat er nog wél fossiele regelingen bestaan: fiscale voordelen en vrijstellingen die ervoor zorgen dat fossiele energie minder kost dan duurzame alternatieven. Denk aan de vrijstelling voor kerosine, lagere energiebelasting voor grootverbruikers of speciale tarieven voor de industrie. Deze regelingen houden fossiele energie kunstmatig goedkoop en remmen daarmee de energietransitie. Tegelijkertijd vergroten ze wereldwijd de vraag naar fossiele energie, wat klimaatrisico’s versterkt die vooral landen in het mondiale zuiden treffen.
Waarom afbouw nodig is
Echt effectief klimaatbeleid vraagt om beleidscoherentie: maatregelen op klimaat, energie, handel en financiën die dezelfde kant op bewegen.
Toch bestaan in Nederland nog diverse fiscale voordelen en vrijstellingen die fossiele activiteiten aantrekkelijk houden. Deze regelingen maken de energietransitie duurder en vertragen noodzakelijke veranderingen in industrie en transport, waardoor Nederland zijn eigen klimaatdoelen én internationale geloofwaardigheid onder druk zet. Het betekent bovendien dat Nederland aan de ene kant klimaatadaptatie en mitigatie in lage inkomenslanden financiert, terwijl het aan de andere kant met fossiele steun juist bijdraagt aan de problemen waar diezelfde landen mee te maken krijgen.
Ook via exportkredietverzekeringen (EKV’s) blijft fossiele steun bestaan: ondanks aangekondigde beperkingen gaan er nog steeds verzekeringen naar olie- en gasprojecten, zoals recent bleek bij een LNG-project in Mozambique. Dergelijke projecten vergroten de klimaatimpact en dragen bij aan lokale milieuschade, wat de ontwikkelingsdoelen en de weerbaarheid van gemeenschappen in het mondiale zuiden direct ondermijnt.
Coherent klimaatbeleid
De afbouw van fossiele subsidies kan eerlijk en stap voor stap plaatsvinden. Daarbij is het belangrijk dat de overheid helder maakt welke regelingen er precies bestaan en wat ze kosten. Hoewel er al stappen richting meer transparantie zijn gezet, blijft volledig inzicht in alle vormen van fossiele steun noodzakelijk; ook in de minder zichtbare fiscale voordelen. Daarna is er ruimte voor hervorming, zodat deze middelen niet langer fossiele activiteiten bevoordelen, maar worden ingezet voor duurzame innovatie.
Nederland kan pas geloofwaardig klimaatbeleid voeren als het stopt met het financieel aantrekkelijk houden van vervuilende energie. De afbouw van fossiele regelingen is geen technische voetnoot, maar een noodzakelijke stap richting een eerlijke en duurzame economie.


