Landbouw is onmisbaar voor onze voedselvoorziening. Toch zijn de voordelen binnen het mondiale landbouwsysteem ongelijk verdeeld. Europese boeren ontvangen subsidies en kunnen daardoor op grote schaal produceren, terwijl boeren in Afrikaanse landen met beperkte middelen moeten concurreren op internationale markten waar Europese producenten structureel in het voordeel zijn. Eerlijke landbouw vraagt om beleid dat boeren wereldwijd toekomstperspectief geeft. Dat begint bij kritisch kijken naar de impact van Europese subsidies, handelsafspraken en de ruimte die Afrikaanse landen krijgen om eigen landbouwsystemen te versterken.
Wat verstaan we onder het landbouwprobleem?
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU ondersteunt Europese boeren via subsidies en marktregelingen. Dat helpt om voedselzekerheid binnen Europa te borgen, maar creëert tegelijk neveneffecten buiten de EU. Een bekend voorbeeld is dumping: melk wordt verwerkt tot melkpoeder en kippen tot reststromen die vervolgens voor zeer lage prijzen worden geëxporteerd naar landen in Afrika. Voor lokale producenten is het moeilijk om met deze prijzen te concurreren. Kleinschalige boeren verliezen markten, zien inkomsten dalen en krijgen minder ruimte om in hun bedrijf en in duurzame productie te investeren. Het probleem ligt dus niet alleen in het bestaan van subsidies, maar in de manier waarop deze doorwerken op internationale markten.
Waarom aanpassing nodig is
Landbouwbeleid staat niet op zichzelf. Het raakt aan handel, ontwikkelingssamenwerking, voedselzekerheid en klimaat. Wanneer we binnen Europa investeren in duurzame landbouw, maar tegelijkertijd goedkope overschotten exporteren die lokale markten elders verstoren, ontstaat incoherentie. Juist kleinschalige Afrikaanse boeren zijn van groot belang voor regionale voedselzekerheid. Ze produceren vaak met lage emissies en met kennis van lokale ecosystemen, maar zijn kwetsbaar voor prijsfluctuaties en importconcurrentie. Goedkoop melkpoeder of kipresten maken lokale productie minder aantrekkelijk en zetten de ontwikkeling van regionale voedselketens onder druk. Dat vergroot de afhankelijkheid van import en belemmert duurzame groei.
Voor een effectief landbouwbeleid is samenhang nodig tussen landbouw-, klimaat- en handelsdoelen. Beleidscoherentie betekent dat beleid aan de ene kant geen maatregelen ondermijnt die aan de andere kant worden opgebouwd.
Richting een eerlijker landbouwsysteem
Een toekomstbestendig voedselsysteem vraagt om internationale spelregels die duurzame landbouw stimuleren en marktverstoringen tegengaan. Nederland en de EU kunnen bijdragen door dumping te beperken en export van gesubsidieerde overschotten af te bouwen. Daarnaast is het van belang dat Afrikaanse landen deruimte krijgen om hun landbouw te beschermen en lokale markten te ontwikkelen. Ondersteuning van agro-ecologische landbouw helpt om boeren minder afhankelijk te maken van externe input en versterkt de bodemgezondheid en biodiversiteit. Ook betere afstemming tussen landbouw-, handels- en klimaatbeleid is nodig om beleidsdoelen elkaar te laten versterken in plaats van tegenwerken.Landbouw kan bijdragen aan ontwikkeling, klimaatoplossingen en gezonde ecosystemen, maar alleen wanneer het systeem werkt voor boeren hier én elders. Door dumping terug te dringen, lokale landbouwkennis te versterken en te kiezen voor duurzame productie, kan Nederland samen met de EU bouwen aan een landbouwsysteem met toekomst.

