Building Change

Stemhulp: Wat doet jouw stem over de grens?

De kiezer vindt buitenlandse kwesties vaak niet belangrijk in het stemhokje. Uit recent onderzoek van Ipsos blijkt dat slechts 2,2% van de aandacht uitgaat naar het meest nabije buitenlandse onderwerp: de oorlog in Oekraïne, een conflict dat zich binnen de grenzen van Europa afspeelt. Op de allerlaatste plek op de lijst met onderwerpen die de kiezer belangrijk vindt, komt ontwikkelingssamenwerking, met een schamele score van 0,2%. 

Onderwerpen die aanzienlijk hoger scoren zijn immigratie en asiel (25,5%), klimaat en duurzaamheid (21,7%), en bestaanszekerheid (55%). Maar hoewel het politieke debat dit niet altijd duidelijk maakt, hebben deze thema’s zeker ook een buitenlandse dimensie. Zo moet bestaanszekerheid ook tellen voor de meest kwetsbare mensen wereldwijd. De recente beelden van humanitaire rampen in Libië, Marokko en Soedan laten zien dat humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking wereldwijd hard nodig zijn om die bestaanszekerheid te bereiken.

Ook migratie heeft vanzelfsprekend een internationale component. De huidige manier waarop (ook) Nederlands ontwikkelingsgeld wordt ingezet voor migratiedoeleinden, vormt een obstakel voor duurzame ontwikkeling en staat de bescherming van vluchtelingen in conflictgebieden in de weg. Evenzeer is het onmogelijk om te spreken over het thema klimaat en duurzaamheid zonder klimaatrechtvaardigheid te noemen. De klimaatcrisis verergert bestaande problemen in ontwikkelingslanden, terwijl zij zelf geen grote uitstoters zijn. Nederland en andere landen hebben een disproportionele rol gespeeld in het ontstaan van de klimaatcrisis. Daarom draagt Nederland een grote verantwoordelijkheid naar ontwikkelingslanden toe om dit probleem aan te pakken. Dat Nederland daarin nog stappen te zetten heeft, blijkt uit de 161e plaats (van de 166) die ons land inneemt op de SDG-Spillover Index. Deze index beoordeelt hoe Nederlands beleid van invloed is op het buitenland en op de capaciteit van andere landen om de SDG’s te behalen.

Om de invloed van Nederlandse politieke keuzes op het buitenland weer onder de aandacht te brengen, heeft Building Change (een samenwerkingsverband van Partos, Foundation Max van der Stoel en Woord en Daad), een stemhulp ontwikkeld. Deze analyseert de verkiezingsprogramma’s van 17 politieke partijen analyseert op thema’s binnen de relatie van Nederland met ontwikkelingslanden: Klimaatrechtvaardigheid, Fossiele subsidies, Nederlandse voetafdruk, Belastingontwijking, Maatschappelijk Middenveld, het budget voor ontwikkelingssamenwerking (OS-budget) en IMVO-wetgeving. 

Voor de analyse van de verkiezingsprogramma’s op deze 7 thema’s hebben wij een kleurensysteem gehanteerd. Aan de hand van indicatoren binnen de gekozen thema’s hebben we bekeken wat de partijen hierover zeiden en dat vervolgens een kleur (groen, oranje, rood of grijs) gegeven. Hieronder leest u hoe deze kleurcodering tot stand kwam, én geven wij een korte toelichting op de 17 geanalyseerde partijprogramma’s.

Verkiezingsprogramma’s analyse 

VVD

De VVD krijgt een oranje beoordeling op het gebied van klimaatrechtvaardigheid vanwege hun doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit beleid vertoont een gebrek aan internationale aanpak. Daarnaast willen ze ontwikkelinggelden inzetten om toegang tot grondstoffen te verbeteren en om andere Europese geopolitieke belangen te behartigen. Er is geen vermelding van maatregelen om fossiele subsidies te stoppen. Hun inspanningen om de natuur te herstellen resulteren in een oranje voetafdruk, terwijl tekortkomingen zichtbaar zijn op het gebied van grondstoffen, sociale dimensie en de SDG’s. Het programma scoort rood op belastingontwijking door de focus op het versterken van het vestigingsklimaat In het maatschappelijke middenveld ligt de nadruk op nationale organisaties, zonder aandacht voor internationale organisaties, wat resulteert in een oranje score. De beoordeling van het OS-budget is rood, omdat ze pleiten voor het afbouwen van ontwikkelingsrelaties met derde landen. Tot slot, met betrekking tot IMVO, verwacht de VVD dat bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen, maar met realistische wettelijke eisen voor Nederlandse bedrijven, wat duidt op terughoudendheid en weinig ambitie.

BVNL

BVNL scoort rood op klimaatrechtvaardigheid vanwege het afwijzen van de Europese Green Deal en het Klimaatakkoord. Er ontbreekt een standpunt over fossiele subsidies. Op het gebied van de Nederlandse voetafdruk scoren ze eveneens rood, omdat ‘het stikstofbeleid gaat per direct de prullenbak in’ en er stond ook niks over de sociale dimensie en grondstoffen. Ze scoren ook rood op belastingontwijking door de opvatting: “Het is een slechte ontwikkeling dat bedrijven Nederland ontvluchten vanwege het deplorabele vestigingsklimaat. Mede daarom pleit BNVL voor de afschaffing van de dividendbelasting en een forse verlaging van de vennootschapsbelasting”. Op het gebied van het maatschappelijke middenveld scoren ze eveneens rood vanwege de wens om ontwikkelingssamenwerking stop te zetten. Hetzelfde geldt voor het OS-budget; ze willen geen ontwikkelingsgeld verstrekken. Tenslotte, op het gebied van IMVO scoren ze ook rood omdat ze willen dat ondernemers volledige vrijheid hebben om te opereren.

PvdD

De PvdD behaalt op alle 7 thema’s een groene score. Op het gebied van klimaatrechtvaardigheid presenteren ze vooruitstrevende en concrete klimaatplannen waarbij de grootste vervuilers de zwaarste lasten dragen. Ze benadrukken het belang van steun aan ontwikkelingslanden bij de verwerking van hun producten en pleiten voor een eerlijke bijdrage van Nederland aan mondiale klimaatfinanciering. Ook streven ze naar de afschaffing van fossiele subsidies, wat leidt tot een groene score. Hun beleid voor de Nederlandse voetafdruk houdt rekening met de impact op ontwikkelingslanden om negatieve effecten te minimaliseren. Het standpunt tegen belastingontwijking, waarbij ze de verliesmiljarden voor ontwikkelingslanden benadrukken, resulteert ook in een groene score. Ze pleiten voor een breed maatschappelijk middenveld, met focus op ontwikkelingsorganisaties die elders perspectief bieden. De PvdD streeft naar minimaal 1% van het BNI voor ontwikkelingssamenwerking, niet voor asiel- en migratiekosten. Ze onderstrepen de noodzaak van bindende Nederlandse IMVO-wetgeving in lijn met internationale richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten van de OESO en de Verenigde Naties.

NSC

De NSC behaalt een oranje score op klimaatvaardigheid omdat ze zich willen committeren aan het klimaatakkoord, maar er helaas geen vermelding is over klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden en een concrete internationale klimaatstrategie ontbreekt. Ze streven echter wel naar het afbouwen van nationale fossiele subsidies in Europese samenwerking, dus vandaar een groene score. Op het gebied van de Nederlandse voetafdruk behalen ze ook een oranje score; ze gebruiken termen als circulaire economie en streven naar evenwichtige landbouw in harmonie met de natuur. Echter, er wordt niets vermeld over de sociale dimensie en de SDG’s. Daarentegen behalen ze een groene score op belastingontwijking vanwege hun streven naar een effectieve, harde aanpak van internationale miljardenfraude. Op het gebied van het brede maatschappelijke middenveld scoren ze oranje, omdat ze de waarde erkennen van nationale maatschappelijke organisaties en de ontwikkelingssamenwerking willen richten op de verantwoorde groei van landen. Er wordt echter niets vermeld over het OS-budget en IMVO.

GroenLinks/PvdA

GroenLinks en de PvdA behalen op alle thema’s een groene score. Hun groene score op klimaatrechtvaardigheid komt doordat ze pleiten voor solidariteit en compensatie voor arme landen, extra klimaatfinanciering vanuit Nederland en maximale CO2-reductie. Ze streven naar een snelle afbouw van fossiele subsidies. In hun programma met betrekking tot de Nederlandse voetafdruk pleitten ze voor beleidscoherentie, benadrukken ze de toetsing van de SDGs en pleiten voor eerlijke handel in grondstoffen. Op het gebied van belastingontwijking stellen ze dat “Nederland niet langer een draaischijf mag zijn voor belastingontwijking door grote internationale bedrijven.” Ze benadrukken het belang van ontwikkelingsorganisaties in het gesprek en streven naar naleving van de 0,7% norm voor ontwikkelingssamenwerking. Tevens willen ze dat het ontwikkelingssamenwerkingsbudget niet gekoppeld wordt aan asielkosten, dit bekend door standpunten van eerdere debatten. Als laatste behalen ze ook een hoge score op het gebied van IMVO doordat ze willen dat bedrijven binnen de grenzen van onze planeet opereren en voldoen aan mensen- en kinderrechtenverdragen.

FVD

De FVD behaalt een rode score op klimaatrechtvaardigheid omdat de partij verklaart dat er volgens hen ‘geen sprake is van een klimaatcrisis’. Er wordt niets vermeld over fossiele subsidies. Wat betreft de Nederlandse voetafdruk benadrukken ze dat de EU de Nederlandse belangen moet behartigen met betrekking tot landbouw en visserij, waarbij ze tegen het verminderen van de Nederlandse voetafdruk zijn. Over belastingontwijking wordt slechts vermeld dat de overheid ‘minder rondpompen van belastingen’, wat resulteert in een grijze score. De partij streeft naar het stoppen van ontwikkelingshulp, wat resulteert in een rode score. Ook pleiten ze voor het stoppen van geldstromen naar ontwikkelingssamenwerking, waardoor ze ook een rode score behalen op het thema van het OS-budget. Er wordt niets vermeld over IMVO, vandaar de grijze score.

SGP

De SGP behaalt een oranje score op klimaatrechtvaardigheid omdat ze vermelden dat de afbouw van fossiele brandstoffen nodig is en het belang van recyclen benoemen, met specifieke aandacht voor de ‘dubieuze winning’ in Afrikaanse mijnen. Echter, er wordt niets vermeld over klimaatfinanciering. Er is geen vermelding over fossiele subsidies, de Nederlandse voetafdruk en belastingontwijking, dus deze drie thema’s krijgen een grijze score. De SGP behaalt echter een groene score op het gebied van het brede maatschappelijke middenveld omdat ze het belang van dit ontwikkelingssamenwerking benoemen. Op het thema van het OS-budget krijgen zij ook een groene score, aangezien ze de allerarmsten willen helpen met een ruimhartig ontwikkelingsbudget. Daarnaast zijn ze voorstander zijn van 0,7-norm, dit is gebleken uit uit eerdere debatten. Wat betreft IMVO krijgen ze een oranje score omdat ze pleiten voor minder regeldruk voor bedrijven in Nederland, maar ook de nadruk leggen op duurzaamheid en de belangrijke rol die bedrijven hierbij spelen. 

Volt

Volt krijgt een groene score op klimaatrechtvaardigheid omdat ze pleiten voor rechtvaardig klimaatbeleid, waarbij ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen’ en de vervuiler betaalt. Ook benadrukken ze de behoefte aan Europese wetgeving om het klimaat en mensenrechten te waarborgen in productieprocessen. Dus er wordt ook een internationaal component benoemd. Op het gebied van fossiele subsidies behalen ze een groene score omdat ze pleiten voor volledige afschaffing van deze subsidies. Voor de Nederlandse voetafdruk behalen ze een oranje score omdat ze het belang benadrukken van het verkleinen van de ecologische voetafdruk en duurzamere landbouw, en aandacht hebben voor de sociale dimensie met betrekking tot het waarborgen van mensenrechten bij productie van goederen. Echter, er wordt niets vermeld over de SDG’s. In het thema belastingontwijking heeft Volt een groene score, waarbij ze pleiten voor de oprichting van een Europese belastingautoriteit om belastingontwijking effectief tegen te gaan. Volt scoort groen op het gebied van het brede maatschappelijke middenveld omdat ze lokale experts, ngo’s en bedrijven centraal stellen in buitenlandse betrekkingen en ontwikkelingssamenwerking. Ook behalen ze een groene score op OS-budget omdat ze pleiten voor een verhoging van het ontwikkelingsbudget met 1% van het BNI. Als laatste behalen ze ook een groene score op het gebied van IMVO omdat ze stellen dat natuur- en mensenrechten leidend zijn in het handelsbeleid en pleiten tegen vrijhandelsverdragen waarbij deze rechten worden geschonden.

PVV

Over klimaatbeleid wordt het volgende gezegd: “Geen miljardenuitgaven meer aan links-liberaal ideologisch beleid als stikstof en klimaat… Er gaan miljarden naar een oorlog die niet de onze is, miljarden naar Afrika, miljarden naar Brussel, miljarden naar onzinnig klimaat- en stikstofbeleid, miljarden naar massa-immigratie. Onze verzorgingsstaat wordt leeggezogen door niet-westerse profiteurs, voor wie wél alles tot in de puntjes wordt geregeld.” Onze score op klimaatrechtvaardigheid is hierdoor rood. Fossiele subsidies worden niet genoemd en dus grijs beoordeeld. De Nederlandse voetafdruk zagen wij terug in het volgende stuk waarin de internationale dimensie aan bot komt: “En voor deze onbetaalbare waanzin moet onze hele manier van leven op de schop: onze kolencentrales worden gesloten, terwijl er in Azië vele honderden worden bijgebouwd. Onze huizen gaan voor vele tienduizenden euro’s van het gas af, terwijl gas de schoonste fossiele brandstof is. Ons land wordt volgepropt met afzichtelijke windturbines, terwijl omwonenden daar letterlijk ziek van worden. Ze willen ons aan de warmtepomp en de elektrische auto, terwijl ons elektriciteitsnet

– ooit één van de betrouwbaarste ter wereld – het nú al niet meer aankan. We moeten minder vliegen, minder vlees eten; het houdt maar niet op.” (pg. 22) En krijgt dus de beoordeling rood. Belastingontwijking wordt niet genoemd, en dus grijs. Het maatschappelijk middenveld is rood beoordeeld want het programma vermeld dat “het van overheidswege financieren en subsidiëren van allerlei linkse clubs als Milieudefensie” gestopt wordt. Ook OS-budget krijgt een rode score, omdat ontwikkelingshulp afgeschaft zal worden door de PVV. Dit geld wordt gezegd naar “de diepe zakken Afrikaanse machthebbers” te gaan. IMVO wordt niet genoemd en krijgt ook een grijze score. 


DENK

DENK krijgt een groene beoordeling op klimaatrechtvaardigheid. In 2050 wil DENK klimaatneutraal zijn, waarbij de vervuiler betaalt en buitenlands beleid klimaatrechtvaardig moet zijn rekening houdend met de verhouding tot het Mondiale Zuiden. Fossiele subsidies krijgen grijs omdat dit thema niet genoemd wordt. Nederlandse voetafdruk wordt besproken in de zin dat DENK erkent “dat het geïndustrialiseerde Westen de meeste CO2-uitstoot in het verleden heeft veroorzaakt”, maar wordt verder niet besproken en krijgt daarom oranje. DENK pleit er tevens voor meer maatregelen te nemen om belastingontwijking aan te pakken en grote bedrijven met hoge winsten een hogere winstbelasting te doen betalen en krijgt dus een groene beoordeling. Het maatschappelijk middenveld wordt gelimiteerd betrokken. Alleen het ondersteunen van religieuze instellingen wordt besproken. DENK krijgt dus een oranje beoordeling op het maatschappelijk middenveld. DENK is van mening dat het OS-budget op 0,7% van het BNP moet blijven en dat dit budget niet meer gebruikt mag worden voor de opvang van asielzoekers en het beperken van migratie. Dus krijgt DENK een groene score op dit thema. IMVO wordt niet genoemd en krijgt dus een grijze beoordeling. 


BIJ1

Voor het thema klimaatrechtvaardigheid krijgt BIJ1 een groene score, omdat het duidelijk is dat BIJ1 het mondiale zuiden centraal stelt in klimaatbeleid, er forse klimaatdoelen gesteld worden voor 2025 en er gesproken wordt over een rechtvaardig internationaal beleid dat zich op de grootste vervuilers richt. Van fossiele subsidies wordt gezegd dat deze zo snel mogelijk beëindigd moeten worden, wat een groene score behoeft. Ook het thema Nederlandse voetafdruk wordt groen bestempeld. SDGs worden onderstreept, de Nederlandse verantwoordelijkheid in de duurzame energietransitie wordt benadrukt en landbouw moet alleen gesubsidieerd worden indien deze circulair is. Belastingontwijking moet ook aangepakt worden. Voor dit thema komt BIJ1 met concrete plannen en daarom krijgt de partij een groene beoordeling. BIJ1 zegt te willen focussen op humanitaire organisaties en de weerbaarheid van lokale gemeenschappen, waardoor onze beoordeling hier ook groen is. Het budget voor OS moet worden verhoogd naar 1%, waardoor dit eveneens groen beoordeeld wordt. Tot slot wordt IMVO ook besproken, in de context van de klimaatcrisis: “bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het aanrichten van klimaatschade en humanitaire rampen, worden verantwoordelijk gehouden voor misdaden tegen mens en natuur.” (pg. 376-7)

ChristenUnie

De ChristenUnie pleit ervoor zich in te zetten voor een eerlijke verdeling van internationale klimaatfinanciering en zich hard te maken voor wereldwijde klimaatrechtvaardigheid. Ook wil de ChristenUnie 60% CO2-reductie in 2030. Daarmee krijgt het een groene beoordeling op het thema klimaatrechtvaardigheid. Ook voor het thema fossiele subsidies krijgt het een groene beoordeling. De ChristenUnie wil fossiele fiscale voordelen en fossiele subsidies specifiek afschaffen. Ook wordt er gesproken over de impact van Nederlandse exploitatie van grondstoffen, bodems en bossen en wordt er kritisch gesproken over de gevolgen van handelsverdragen op biodiversiteit en mens en natuur. Hierover wordt gezegd dat nieuw beleid aan de hand van de SDG-toets getoetst moet worden. Dus krijgt het thema Nederlandse voetafdruk eveneens een groene score. De ChristenUnie vindt dat Nederland voortvarend door dient te gaan met het beteren van zijn fiscale leven en geen belastingparadijs meer mag zijn. De beoordeling voor belastingontwijking is hiermee ook groen. Het maatschappelijk middenveld moet beschermd en gesteund worden. De rol van het maatschappelijk middenveld in klimaatbescherming komt hierbij ook aan bod. Ook dit thema krijgt een groene score. Over OS-budget wordt genoemd dat de 0,7% van BNI gehandhaafd moet worden en dat dit budget niet ingezet mag worden voor uitgaven voor de opvang van asielzoekers of het stimuleren van de Nederlandse handel. Het thema OS-budget is hiermee ook groen beoordeeld. Tot slot krijgt IMVO ook een groene score. De ChristenUnie zegt dat ook Europese wetgeving die IMVO verplicht stelt volledig in lijn moet zijn met de richtlijnen voor gepaste zorgvuldigheid die binnen de OESO zijn afgesproken. 

BBB

In het bespreken van klimaatbeleid en de energietransitie in het verkiezingsprogramma van de BBB komt de impact en relatie van Nederland tot het buitenland nauwelijks naar voren. Er wordt genoemd dat de klimaateisen aan import gelijk moeten zijn aan de productie van deze producten. Verder wordt er gesproken over het beschermen van Nederlandse producenten van oneerlijke concurrentie door CO2-belasting (Carbon Border Adjustment Mechanism” en wordt er gesproken over “internationale ‘speelveld toetsen’” die beleid moeten toetsen en eventueel bij te stellen zonder afbreuk te doen aan de energietransitie. Dit is echter onvoldoende om te voldoen aan ons thema en krijgt daarom een rode score. Fossiele subsidies krijgt een oranje beoordeling omdat er wel wordt besproken dat er een transitie van fossiel naar duurzaam moet worden bewerkstelligd, maar hierbij wordt ook gezegd dat: “Tijdens deze transitie zullen we geen fossiele energiebronnen uitfaseren zolang betaalbare duurzame alternatieven nog niet beschikbaar zijn” pg. 114) en “zonder dat dit leidt tot oneerlijke concurrentie of de betaalbaarheid van energie onevenredig onder druk zet” (pg. 115). Ook Nederlandse voetafdruk krijgt oranje als score. In het hoofdstuk over klimaataanpak wordt gesproken over de impact van de mensheid op klimaatverandering en dat we die impact moeten beperken d.m.v. duurzamere energiebronnen. De Nederlandse voetafdruk in internationale context wordt gekenmerkt als volgt: “Nederland [draagt] slechts 0.4% bij aan de wereldwijde CO2-uitstoot en onze CO2-voetafdruk per inwoner is al veel lager dan menig ander (westers) land.” (pg. 113) Hierbij wordt niet gesproken over onze impact op het buitenland. Ook wordt er niet gesproken over de SDGs. 

Het thema belastingontwijking krijgt een groene beoordeling. Hoewel er benoemd wordt dat Nederlands status als belastingparadijs aangepakt moet worden, is het onduidelijk hoe dit benaderd zou moeten worden. Het maatschappelijk middenveld wordt niet genoemd en krijgt dus een grijze score. 

Over het OS-budget wordt gezegd: “Het budget voor ontwikkelingssamenwerking wordt, voor de gehele kabinetsperiode, vastgesteld op het gemiddelde percentage van wat de EU-lidstaten volgens de OESO/DAC norm in 2023 aan ontwikkelingssamenwerking hebben besteed. De official Development Aid (ODA) toerekeningen aan ontwikkelingssamenwerking voor asielopvang en EU OS-uitgaven worden geactualiseerd. Conform de OESO/DAC blijven deze onderdeel van de OS uitgaven. Ook worden de niet-militaire uitgaven voor Oekraïne onderdeel van het ODA budget.” (pg. 121) Omdat asielkosten uit ODA gezegd worden te blijven vergoed krijgt het thema een oranje score. IMVO wordt niet expliciet genoemd. Hoewel er wel kort genoemd wordt dat er verantwoordelijk geïnvesteerd moet worden in ontwikkelingslanden, is dit onvoldoende om te voldoen aan onze factoren en krijgt daarom een grijze beoordeling. 

CDA

Het CDA krijgt een oranje score op klimaatrechtvaardigheid. Hoewel het belang van duurzaam beleid in de klimaatcrisis wordt besproken, zijn er geen vermeldingen van een internationale dimensie. Fossiele subsidies worden niet vermeld en heeft dus een grijze beoordeling. Ook Nederlandse voetafdruk is oranje, want er wordt gesproken over verduurzaming en circulaire economie, maar anders dan Europese samenwerking wordt er in het klimaathoofdstuk niet gesproken over het buitenland, hoewel de SDGs wel genoemd worden. Dus krijgt het een gedeeltelijke beoordeling, score oranje. 

In het programma staat “Er moet op termijn toegewerkt worden naar een nieuw belasting- en toeslagenstelsel, waarbij toeslagen onnodig zijn en internationale organisaties en bedrijven evenredig belast worden” (pg. 91). Om deze reden krijgt het programma een groene score op belastingontwijking. Ook het thema maatschappelijk middenveld krijgt een groene beoordeling, omdat er gesproken wordt over het belang van het maatschappelijk middenveld in het bewerkstelligen van ontwikkelingssamenwerking en het oplossen van het klimaatprobleem. 

OS-budget groen. CDA spreekt van het stapsgewijs investeren in OS naar het internationaal afgesproken niveau van 0,7% van het BNI. IMVO krijgt ook een groene beoordeling vanwege de benoeming van het belang van eerlijke productie en gelijkwaardige handels- en klimaatverdragen. Het CDA zegt zich in te willen zetten “voor bindende en vrijwillige maatregelen, in lijn met de internationaal erkende OESO-richtlijnen, om maatschappelijk verantwoord ondernemen de norm te maken.” (pg. 35). 

D66

D66 behaalt op klimaatrechtvaardigheid een groene score. Niet alleen worden er concrete doelen gesteld om klimaatneutraal te worden, maar ook wordt er nadruk gelegd op internationale solidariteit op basis van ontwikkelingssamenwerking. Hierbij wordt ook gesproken over duurzame financiering van structurele hulp en projecten. Ook fossiele subsidies worden gezegd zo snel mogelijk te moeten worden afgebouwd, zowel in Nederland als in Europa en de rest van de wereld, dus oordeel groen. Er wordt ook uitgebreid benoemd dat de Nederlandse voetafdruk kleiner moet, conform de SDG’s en met oog voor het herstellen van biodiversiteit wereldwijd, waardoor het programma een groene beoordeling krijgt op dit thema. 

Het programma krijgt ook een groene beoordeling op belastingontwijking. Hier wordt concreet invulling aan gegeven. Er wordt vermeld dat het maatschappelijk middenveld betrokken moet worden in het tegengaan van de klimaatcrisis en versterkt moet worden, daarom krijgt het een groene score. D66 zegt het OS-budget op 0,7% van het BNI te willen houden, waarbij er ook een maximum op het bedrag aan ODA-geld dat kan worden ingezet voor de opvang van asielzoekers binnen Nederland, en dus een groene score. IMVO is ook groen. Er wordt een volledige sectie aan toegewijd waarin gesproken wordt over de internationale verantwoordelijkheid van Europese bedrijven en het moderniseren van handelsmissies om beter aan te sluiten bij de inspanningen op het gebied van klimaatverandering en de duurzaamheidstransitie. 

SP

Op het thema klimaatrechtvaardigheid krijgt de SP een groene beoordeling; De urgentie van de klimaatcrisis is duidelijk aangekaart. Ook het stoppen van fossiele subsidies wordt aangekaart. Hoewel het klimaatprobleem grondig neer wordt gezet is het erkennen van de Nederlandse voetafdruk afwezig en wordt het klimaatprobleem onvoldoende in internationale context gezet. Er wordt niet gesproken over de impact van Nederlands beleid of het klimaat in 

het buitenland. Het hoofdstuk over klimaat bespreekt wel een uitgebreid pakket aan initiatieven om het probleem in Nederland aan te pakken, waarin grondstoffen, landbouw en de sociale dimensie uitvoerig toegelicht worden. SDGs ontbreken. Hierdoor is de beoordeling oranje. 

Belastingontwijking is groen gegeven. Dit thema is concreet vormgegeven. Op het maatschappelijk middenveld is echter grijs aangegeven omdat dit onderwerp ontbreekt in het programma. Het OS-budget is groen beoordeeld. SP zegt noodhulp en ontwikkelingshulp te willen bieden waar en wanneer nodig en dat dit geld terecht moet komen “in de ontwikkelingslanden zelf”. IMVO is grijs aangegeven. Dit thema wordt niet vermeld in het programma. 

JA21 

JA21 heeft een rode score gekregen op klimaatrechtvaardigheid. In het programma staat dat Nederland te afhankelijk zou zijn van het buitenland door onze gaswinning en kolencentrales te stoppen en te proberen te investeren in instabiele, duurzame energiebronnen. Ook wordt beargumenteerd dat de energietransitie ondoordacht is en fossiele energie vanzelf zal stoppen zodra dit aantrekkelijk is voor de markt. Dus is fossiele subsidies ook rood beoordeeld. Nederlandse voetafdruk krijgt oranje omdat er wel gesproken wordt over milieuverbetering middels investeringen op gebied van innovatie, ook binnen internationaal en Europees verband, maar SDG’s worden niet vermeld. Belastingontwijking en het maatschappelijk middenveld worden niet genoemd en krijgen beoordeling grijs. Omdat JA21 zegt ontwikkelingshulp te willen afschaffen met uitzondering van noodhulp en zegt “proceskosten van zaken tegen criminele asielzoekers […] uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking” te willen betalen, is onze beoordeling rood. Eveneens is IMVO rood, omdat het niet direct benoemd wordt maar er wel gezegd wordt dat er niet ingegrepen moet worden door de overheid in het ondernemerschap. 

Disclaimer:

Deze analyse is gebaseerd op de verkiezingsprogramma’s van 17 politieke partijen. In de media of Tweede Kamer ingenomen standpunten zijn niet opgenomen in de analyse. De enige uitzondering hierop is het thema OS-budget. Gezien de voortdurende debatten over de bezuinigingen op het OS-budget in het afgelopen half jaar, hebben wij voor dit punt de bestaande analyse van Partos gebruikt.Dit alles betekent dat deze stemhulp slechts een indicatie van standpunten op basis van de verkiezingsprogramma’s geeft. Dat maakt deze stemhulp een handige tool om jezelf te oriënteren. Maar om echt te begrijpen wat partijen willen, raden wij aan om zelf de partijprogramma’s door te nemen.