Building Change

Reactie Building Change op herziening Actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling

“Uit de jaarlijkse SDG-index wordt duidelijk dat Nederland een erg hoge spillover score heeft.” Deze feitelijke constatering uit het herziene actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling maakt pijnlijk duidelijk hoe noodzakelijk beleidscoherentie is. Op de SDG spillover index neemt Nederland namelijk de 160e plaats in (van 163 onderzochte landen). Dit betekent dat slechts 3 landen een grotere negatieve impact hebben op het vermogen van andere landen om de SDG’s te behalen. Hoog tijd dus dat er verdere stappen worden gezet op het gebied van beleidscoherentie. Building Change is daarom blij dat er een vernieuwd actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling geschreven is. 

Algemeen

Allereerst is het goed om te merken dat minister Schreinemacher realistisch is over de grote negatieve impact die Nederlands handelen heeft op ontwikkelingslanden. Zo erkent ze dat Nederland te veel natuurlijke hulpbronnen gebruikt en benoemt ze de lage positie die Nederland inneemt op diverse internationale coherentie-ranglijsten. Verder blijkt uit de bijbehorende beslisnota dat het ministerie zich ervan bewust is dat de Kamer in toenemende mate aandacht heeft voor coherentie. 

Oog voor lange termijn, maar (nog) niet voor synergie en uitruil

Building Change ziet dat minister Schreinemacher een goed oog heeft voor geleerde lessen rondom beleidscoherentie. Zo is het positief dat ze het “bredere verhaal” over beleidscoherentie wil vertellen en dat toekomstige jaarrapportages over beleidscoherentie daarom meer aandacht zullen hebben voor de bijdrage aan langetermijnresultaten. De wens tot leren en evalueren blijkt ook uit  de aankondiging dat de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (2023) in 2023 zal onderzoeken of het actieplan een geschikt instrument is ter bevordering van beleidscoherentie. Building Change ziet deze evaluatie met belangstelling tegemoet.

Verder schrijft de minister dat ze “expliciete overwegingen over synergie en uitruil” tussen beleidsdoelen kenbaar wil maken. Hiermee komt ze tegemoet aan een wens van Building Change en aan aanbevelingen van de Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB). Ondanks die aankondiging bevat het actieplan helaas geen afweging tussen beleidsdoelen. Dit terwijl juist die afwegingen (bijvoorbeeld tussen enerzijds de bevordering van de internationale handel en anderzijds het verkleinen van de Nederlandse voetafdruk) cruciaal zijn. Building Change hoopt dat de minister deze afwegingen wél zal opnemen in de jaarlijkse rapportage beleidscoherentie voor ontwikkeling.

Verwijzingen naar staand beleid

Het actieplan en de annex verwijzen meermaals naar staand beleid of naar bestaande of toekomstige strategieën, waaronder het Nationaal Programma Circulaire Economie of de Agenda Natuurinclusief. Het is goed dat minister Schreinemacher dit soort dwarsverbanden tussen kabinetsplannen legt. Om deze verbanden te versterken is het belangrijk dat deze strategieën en programma’s zelf ook expliciete doelen bevatten op het vlak van beleidscoherentie. Anders belanden we in een vicieuze cirkel waarin de beleidsnota’s en strategieën voornamelijk naar elkaar verwijzen, maar er feitelijk niet zoveel gebeurt. 

Bovendien is niet al het bestaande beleid even coherent. Neem bijvoorbeeld het recente besluit tot uitfaseren van fossiele exportsteun, conform de Glasgow-verklaring. Hoewel Building Change dit besluit van harte steunt, heeft het kabinet verschillende uitzonderingsgronden opgenomen omwille van energiezekerheid en introduceert het een overgangsperiode van één jaar. Daarmee blijft miljoenensteun voor fossiele projecten nog steeds mogelijk, terwijl het mondiale Zuiden nu al kampt met ernstige klimaatschade. Samenvattend valt er dus nog genoeg aan te merken op het staand beleid waarnaar in het actieplan verwezen wordt.

Indicatoren veelal inspanningsgerelateerd 

Daarnaast zijn de indicatoren uit de annex van het actieplan veelal inspanningsgerelateerd. Zo luidt een indicator onder doel 1: “Inspanning conform de beschreven inzet in het Fiche Mededeling over handel en duurzame ontwikkeling in handelsakkoorden.” Zulke inspanningsgerelateerde indicatoren brengen het risico met zich mee dat voortgang makkelijk als voldoende wordt bestempeld, terwijl er in werkelijkheid weinig positieve verandering voor ontwikkelingslanden plaatsvindt. Building Change zou daarom graag zien dat indicatoren zo resultaatgericht mogelijk geformuleerd worden. Dat wil zeggen dat indicatoren datgene moeten meten wat het actieplan uiteindelijk probeert te bereiken, bijvoorbeeld meer belastinginkomsten voor ontwikkelingslanden en meer Nederlandse emissiereductie. Hierbij moet vanzelfsprekend het uitgangspunt zijn dat deze doelen bereikt worden zonder schade voor ontwikkelingslanden.

SDG-toets

Building Change oordeelt positief over de centrale rol die minister Schreinemacher toebedeelt aan de SDG-toets, zowel in het actieplan als in de bijbehorende annex. Zo zegt de minister toe dat ze halfjaarlijks om tafel gaat met vijf ministeries (LNV, BZ, BHOS, Fin en EZK) om relevant aankomend beleid te identificeren en om hen te helpen bij de uitvoering van de SDG-toets. Daarmee kan de impact van beleid op ontwikkelingslanden vooraf inzichtelijk worden gemaakt. De correcte toepassing van de SDG-toets is zelfs onderdeel van de doelen en indicatoren in het actieplan. Dat betekent dat de jaarrapportage beleidscoherentie voor ontwikkeling de voortgang met betrekking tot toepassing van de SDG-toets zal meten. Building Change beschouwt de SDG-toets als een absolute voorwaarde voor het realiseren van beleidscoherentie en juicht deze stappen daarom van harte toe. 

Wel pleiten we ervoor dat ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) de SDG-toets structureel toepast en aanhaakt bij het halfjaarlijkse overleg over de toepassing van de toets. Ook I&W-beleid heeft namelijk gevolgen voor ontwikkelingslanden. Voor een “eerlijke transitie van een lineaire naar een circulaire economie” (zoals benoemd in het actieplan) is het cruciaal dat ook dit ministerie aan de slag gaat met de SDG-toets.

Terugbrengen van de Nederlandse klimaat-, land- en watervoetafdruk

Overkoepelende indicatoren: vooral klimaat en milieu

Het actieplan splitst de Nederlandse voetafdruk uit in vier elementen: voor materialen, voor broeikasgas, voor land en voor water. De sociale impact van Nederlandse productie, consumptie en beleid wordt daarmee buiten beschouwing gelaten. Dit terwijl de winning van zeldzame grondstoffen (nodig voor windmolens, elektrische auto’s, oplaadbare batterijen et cetera) regelmatig gepaard gaat met erbarmelijke arbeidsomstandigheden en gewapend conflict in het mondiale Zuiden. Deze neveneffecten van Nederlands handelen zijn een belangrijk onderdeel van de Nederlandse voetafdruk, maar krijgen geen plek in het actieplan. De annex refereert kort naar “de bestrijding van armoede en ongelijkheid,” maar er is geen indicator die vooruitgang op deze dimensie meet. Building Change vindt het belangrijk dat de sociale dimensie van de Nederlandse voetafdruk een integrale plek krijgt binnen doel 1 van het actieplan.

Circulaire economie 

Het is te prijzen dat het actieplan expliciet aandacht heeft voor de circulaire economie. De Nederlandse inzet op circulariteit kan namelijk grote impact hebben op ontwikkelingslanden. Zo is het recyclen van plastic afval en textiel uit Nederland weliswaar circulair, maar leidt onze export van gebruikte materialen ten behoeve van recycling op dit moment juist tot grote afvalbergen in het mondiale Zuiden. In dit kader is het verstandig dat de minister spreekt van een “eerlijke transitie” naar een circulaire economie. In de indicatoren wordt gewezen naar het – nog te verschijnen – Nationaal Programma Circulaire Economie. Het is cruciaal dat de impact op ontwikkelingslanden van onze transitie naar een circulaire economie een prominente plek krijgt in dit Nationaal Programma. 

Voedselzekerheid en landbouwexport ontbreken

Wat ontbreekt is de aandacht voor voedselzekerheid en de link met de handel van onze landbouw. Voor duurzame ontwikkeling en het verbeteren van voedselzekerheid is het belangrijk dat de zelfvoorzienendheid in Afrikaanse landen wordt bevorderd. Onze grootschalige landbouwexport werkt dit streven momenteel helaas tegen. Ons landbouwexport-model moet geen nadelig effect hebben op, maar juist bijdragen aan de (markt)ontwikkeling van kleinschalige boeren in lage- en middeninkomenslanden.

Tegengaan onwettige geldstromen en belastingontwijking

Building Change is blij om te zien dat het tegengaan van onwettige geldstromen en belastingontwijking een prioriteit is van minister Schreinemacher. Ook is het positief dat deze twee factoren in de subdoelen gescheiden zijn. Het eerste is namelijk simpelweg illegaal. Beleidscoherentie voor ontwikkeling draait juist om het tweede. 

Belastingontwijking is één van de grootste obstakels voor beleidscoherentie: terwijl Nederland het mondiale Zuiden aan de ene kant steunt met ontwikkelingssamenwerking, lopen ontwikkelingslanden aan de andere kant miljarden aan belastinggeld mis, mede door Nederlandse belastingconstructies. Het is dus goed dat het kabinet van plan is belastingontwijking verder aan banden te leggen. Ook juichen we toe dat Nederland in het kader van onwettige geldstromen landen-specifieke actieplannen ontwikkelt. Ook hier zijn weer enkele indicatoren onduidelijk. Het is dus de jaarlijkse rapportage beleidscoherentie die moet uitwijzen of er daadwerkelijk inzicht wordt gegeven in de voortgang. 

Verkleinen vaccin- en gezondheidsongelijkheid

Met de Covid-19 pandemie in het oog is er gekozen voor verkleinen van vaccin- en gezondheidsongelijkheid als prioriteit binnen het actieplan beleidscoherentie. Dit is een belangrijk onderwerp. In de mondiale gezondheidsstrategie wordt uitgebreid ingegaan op beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling. In het actieplan beleidscoherentie is slechts één subdoel opgenomen onder dit thema. Dit is wat mager, aangezien het doel alleen betrekking heeft op de toegang tot vaccins en medicijnen, kennisdeling en het stimuleren van lokale productie. Gezondheidsongelijkheid omvat echter veel meer dan deze doelen. Een duidelijke verwijzing naar de aanvullende onderwerpen, die wel in de mondiale gezondheidsstrategie zijn genoemd, zou dit doel versterken. 

Heeft jouw organisatie specifieke input op één of meerdere van de doelen uit het nieuwe actieplan? Dan horen we dat graag! Je kunt je input delen met Lisanne van der Steeg van Building Change via l.vandersteeg@woordendaad.nl.