Building Change

Jorien Wuite (D66): “De dimensie van bestaanszekerheid in het Koninkrijk der Nederlanden en buitenland mag sterker zijn.”

Jorien Wuite is Kamerlid voor D66. Als trotse adoptieouder van SDG 10, ‘Ongelijkheid verminderen’, zet ze zich sinds 2021 voornamelijk in voor Koninkrijksrelaties en Kunst & Cultuur. Ze heeft altijd al een sterke band gehad met Sint Maarten, het land van haar moeder en waar ze zelf een groot deel van haar werkend bestaan heeft doorgebracht. Helaas moet de Tweede Kamer afscheid nemen van Jorien, omdat ze zich niet verkiesbaar heeft gesteld voor de aankomende verkiezingen.

Wat beschouw jij als je meest trotse moment in je inzet voor je geadopteerde SDG?

Ik ben zo blij dat het sociaal minimum voor Caribisch Nederland in 2024 gaat lukken. De laatste besluiten vanuit de Kamer hebben echt druk gezet op het feit dat het fictieve ijkpunt voor het sociale minimum voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius van tafel moet. Het sociaal minimum moet worden gebaseerd op de realiteit, de feitelijke situatie van de kosten van levensonderhoud, om echt bestaanszekerheid te kunnen garanderen, net zoals mensen hier in Nederland dat ook hebben. Zoals bevestigd in de media wordt er per 1 juli een grote sprong voorwaarts gezet met het wettelijk minimumloon en andere sociale uitkeringen. Het ziet ernaar uit dat het sociaal minimum van Caribisch Nederland vanaf dat moment gehanteerd kan worden. Hier ben ik echt het meest trots op.

De ongelijkheid tussen Caribisch Nederland en Europees Nederland wordt dan eindelijk kleiner. Dit heeft veel te maken met SDG 10; het is niet eerlijk dat het percentage van de bevolking dat in armoede leeft veel groter is in Caribisch Nederland dan in Europees Nederland. Saba, Sint Eustatius en Bonaire zijn gelijkwaardige onderdelen van Nederland; daarvoor is dezelfde grondwet van toepassing. Het werd steeds duidelijker, ook door internationale rapportages, dat Nederlandse burgers op deze eilanden het minder goed hebben. Er is een hoger percentage armoede en ze kunnen geen gebruik maken van de huidige sociale regelgeving in Nederland, omdat die niet van toepassing is. Dat vond ik een groot en gevaarlijk probleem op het gebied van sociale rechtvaardigheid. Caribische Nederlandse burgers zijn hierover echt teleurgesteld geraakt en daarom is het goed dat dit en ook andere zaken recht worden gezet ook al weten we en moeten we rekening houden dat omstandigheden op de Caribische eilanden anders zijn.

Je moet het gevoel hebben dat je iets tastbaars doet voor mensen. Als het minimumloon met ongeveer 300 dollar per maand stijgt, maakt dat echt veel uit voor gezinnen of mensen die niet langer gedwongen worden een tweede baan te nemen. Het stelt je ook in staat om de essentie van ongelijkheid aan te pakken.

Heb je je, behalve voor SDG 10, ook ingezet voor een andere SDG?

Verder heb ik gepleit voor een Koninkrijksconferentie met de 3 Caribische Landen en Nederland waarbij de SDG’s actief moeten worden meegenomen en besproken. Als je een eenheidsstaat bent dan moet je ervoor zorgen dat je gemeenschappelijke waarden hebt als het Koninkrijk der Nederlanden. Daarin moet je actief investeren: gezamenlijk en dan is het belangrijk dat je je daarbij gezamenlijk veel nadrukkelijker uitspreekt over die SDG’s.

Ook heb ik SDG 4, ‘Kwaliteitsonderwijs,’ toegepast bij Caribische studenten. Het uitvalpercentage van Caribische studenten voor vervolgonderwijs in Nederland is heel hoog en vertoont grote verschillen vergeleken met Nederlandse studenten. Deze studenten lenen maximaal en staan door allerlei aanloop of integratieproblemen gemiddeld gezien met 1-0 of 2-0 achterop Nederlandse studenten. D66 heeft samen met de PvdA een motie ingediend waarin wordt gepleit voor het afgeven van een BSN-nummer aan Caribische studenten voordat ze naar Nederland vertrekken, zodat ze eerder voorbereidingen kunnen treffen en zich sneller kunnen inschrijven. Bovendien komt er ook een Koninkrijks Beurs, wat betekent dat Caribische studenten voorafgaand aan het studeren een beurs kunnen aanvragen om soms gewoon maar een studiereis te ondernemen, zodat ze zich ook beter kunnen voorbereiden op, en begrip krijgen van, wat het allemaal inhoudt om in Nederland te studeren. 

Als laatste heb ik in het kader van SDG 8, ‘Waardig werk en economische groei,’ een motie ingediend voor een regionale ontwikkelingsmaatschappij in het Caribisch gebied. Dit is bedoeld om economische innovatie aan te jagen, omdat de economieën het misschien soms goed doen, maar eenzijdig gefocust zijn op toerisme. Als toerisme wegvalt, kom je in grote problemen. Dus je moet nog actiever gaan nadenken over duurzame economische sectoren, inclusief energietransitie. Daar reken ik ook de onderwijssector bij als aanjager voor vernieuwing, leven lang leren én als economische sector om studenten te houden en zelfs aan te trekken (braingain). Daarom dus ook een andere breed gesteunde motie van mijn hand om financiële scenario’s uit te werken om hybride samenwerking tussen lokale, Caribisch regionale, Nederlandse of zelfs Amerikaanse samenwerking op het gebied van onderwijs nadrukkelijker te verkennen en mogelijk te maken.

Heeft jouw SDG 10 een rol gespeeld tijdens jouw voorzitterschap van de Kamercommissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking?

Mijn rol als voorzitter was vooral neutraal. Ik ben voorzitter voor alle leden, ongeacht hun politieke kleur. Tijdens mijn voorzitterschap kreeg ik een bredere kijk op de ontwikkelingen in de wereld. Ik zat debatten en Rondetafelgesprekken voor en kreeg bijvoorbeeld presentaties over de voortgang van de SDG’s. Op internationaal niveau neemt economische ongelijkheid af omdat bepaalde landen welvaartsontwikkeling doormaken. Echter, binnen bepaalde landen neemt de ongelijkheid wel toe.

Dit fenomeen is ook zichtbaar binnen het Koninkrijk der Nederlanden, waar de ongelijkheid tussen de landen toeneemt. Wat betekent dit wanneer we zien dat Curaçao het armste land is binnen het koninkrijk, terwijl het rond de Tweede Wereldoorlog het rijkste land was in het Koninkrijk? Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog en de watersnoodramp haalde Curaçao veel geld op voor Nederland, evenals de andere eilanden. Dus destijds waren de omstandigheden op bepaalde vlakken anders. Als we het hebben over ongelijkheid, stellen we vast dat, hoewel wij één staat zijn met drie landen – Aruba, Curaçao en Sint Maarten – ze er minder goed vanaf komen. Dat vraagt om een hernieuwde solidariteit en commitment.

En heb je het idee dat de SDG’s in het algemeen een zichtbare rol hebben gespeeld in de Nederlandse politiek? In de afgelopen regeerperiode?

De SDG’s worden vooral internationaal gebruikt, maar ze moeten ook nadrukkelijk een rol spelen in ons nationale en Koninkrijks beleid. De hele brede welvaartdiscussie is natuurlijk ook een variant van de SDG’s en wordt geleidelijk aan prominenter. Ook speelt in het hele politieke debat rond de verkiezingen de kwestie van bestaanszekerheid een rol, maar de dimensie van bestaanszekerheid in het buitenland en in andere regio’s mag sterker zijn; dit blijft heel belangrijk, want de wereld is er zeker nog niet.

Heb jij ideeën over wat het volgende kabinet zou kunnen doen om zich beter in te zetten voor de SDG’s?

Alle 17 SDG’s zijn van groot belang. Het is niet voor niets dat er wordt gepleit voor aanpassing van het minimumloon. Momenteel worden de SDG’s planmatig omarmd door de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een positieve verandering zou zijn als ook de minister-president, dus van Algemene Zaken, hier meer aandacht aan zou besteden. Bovendien moet er in het hele Koninkrijk, dus inclusief de drie Caribische eilanden én de Caribische Landen, harder aan de SDG’s worden gewerkt. Ik hoop dan ook dat jullie organisatie 2/3 x per jaar naar de Tweede Kamer komt om individuele leden te informeren en te vragen naar hun inzet. Als NGO en maatschappelijk middenveld is jullie rol van onschatbare waarde!

Interview door Yasmin Bijvank (Foundation Max van der Stoel) en Abigail Johnson (Partos)

Na de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 lanceerde Building Change de nieuwe campagne voor de tweede editie van “Adopteer een SDG”. Meer dan dertig Kamerleden van negen fracties hebben één of meer Duurzame Ontwikkelingsdoelen geadopteerd. Een coalitie van maatschappelijke organisaties rond Building Change ondersteunde hen met informatie en adviezen. Nu er een nieuwe Verkiezingstijd is aangebroken en er een nieuw kabinet aankomt, maken we samen met een aantal van de adoptieouders de balans op.